Leren en studeren

In de Russische taal bestaan nogal wat werkwoorden in de betekenis van leren en studeren. Je kunt iets van buiten leren, ergens studeren of een bepaald onderwerp wetenschappelijk bestuderen. Al deze contexten vergen het gebruik van een ander werkwoord. En er zijn er meer. Hieronder komen ze allemaal voorbij. De vraagwoorden zijn een handige steun bij het onthouden van de verschillende betekenissen en belichten ook het gebruik.

iets van buiten leren

  • учи́ть – вы́учить
  • vraagwoord: что?
  • gebruik:
    Мне обязáтельно нáдо вы́учить сегóдня э́тот урóк – зáвтра бýдет контрóльная. – Ik moet deze les vandaag beslist leren – morgen is er een test.
  • Bijvoorbeeld ook: словá, рýсский язы́к, пéсню (4e naamval!)

iemand iets leren, bijbrengen

  • учи́ть – научи́ть
  • vraagwoorden: когó? что дéлать? чемý?
  • gebruik:
    Онá учи́т меня́ игрáть на пиани́но. – Zij leert mij pianospelen.
    Онá учи́т меня́ анализи́ровать проблéмы. – Zij leert mij problemen te analyseren.
    Он научи́л меня́ хорóшему тóну. – Hij heeft mij goede manieren bijgebracht.
    Чемý он мóжет тебя́ научи́ть?! – Wat kan hij jou (nou nog) leren/bijbrengen?!
  • Let op: degene die iets geleerd krijgt staat in de 4e naamval (меня́/тебя́). Datgene wat geleerd wordt staat in de 3e naamval (хорóшему тóну/Чемý).

bepaalde vaardigheden onder de knie proberen te krijgen

  • учи́ться – научи́ться
  • vraagwoord: что дéлать?
  • gebruik:
    Я научи́лся говори́ть по-англи́йский, когдá мне бы́ло 10 лет. – Ik heb Engels leren spreken toen ik 10 jaar was.
  • Ook: читáть, слýшать, игрáть

studeren, lessen volgen, leerling/student zijn

  • учи́ться (ipf. tantum: alléén in imperfectief voorkomend)
  • vraagwoorden: где? как? (хорошó, плóхо)
  • gebruik:
    Я ещё учýсь в шкóле, а мой брат ужé ýчится в университéте. – Ik zit nog op school, maar mijn broer studeert al aan de universiteit.
    Мне всегдá нрáвилось учи́ться в консерватóрии. – Ik heb het altijd leuk/prettig gevonden om aan het conservatorium te studeren.

studeren, (huis)werk maken

  • занимáться – позанимáться
  • vraagwoorden: где? как?
  • gebruik:
    Онá занимáется в библиотéке. – Zij studeert in de bibliotheek.
    Дóма занимáться онá не мóжет. – Zij kan thuis geen huiswerk maken/niet studeren.
    Я хочý ещё немнóго позанимáться, а потóм пойдý гуля́ть. – Ik wil nog een beetje studeren, en dan gaan wandelen.

bezig zijn met (studeren)

  • занимáться
  • vraagwoord: чем?
  • gebruik:
    Я занимáюсь мýзыкой: учýсь игрáть на виолончéли. – Ik doe aan muziek: ik leer cello spelen.
  • Let op: datgene waarmee je bezig bent staat in de 5e naamval (мýзыкой). Bijvoorbeeld ook: cпóртом, рýсским языкóм, рýсской литератýрой etc. 

bestuderen als wetenschap

  • изучáть – изучи́ть
  • vraagwoord: что?
  • gebruik:
    Мы там изучáли теóрию мýзыки. – Wij bestudeerden daar muziektheorie.
  •  Of bijvoorbeeld: матемáтику, фи́зику, пра́во (4e naamval!)

    Geef een reactie

    Informatie

    Dit artikel is geschreven op 30 jan 2013, en is gearchiveerd onder Werkwoord.

    Tags

    , , , ,